Het is dinsdag, 26 april 2011 en we hebben net het paasweekeinde achter de rug. Dit weekend had Noortje 4 dagen vrij, want Goede Vrijdag is een standaard vrije dag en Easter Monday is op Noortje d'r werk ook een vrije dag. We hadden besloten om dit lange weekend een trip te maken naar Amerika. Om precies te zijn naar Freeport en het Acadia National Park, beiden in de staat Maine. Iso ging uit logeren bij Richard, Thera en Hannah, waarvoor we zeer dankbaar zijn. Hij was meteen zeer geïnteresseerd in Hannah's rat en wilde hem vast graag knuffelen (met z'n tandjes wellicht….), maar daar is het niet van gekomen.
Op Goede Vrijdag vertrokken we redelijk op tijd om een uurtje oponthoud te krijgen aan de grens, want we hadden nog geen visum. Daarna reden we naar Bangor, waar we één van de huizen van horrorschrijver Stephen King gingen begluren. De beste man heeft net als ieder van ons 3 woonhuizen, waarvan twee in de staat Maine. Dit is wel een heel fraai huis waar ik graag even voor wilde poseren.

Onderweg zagen we heel veel roofvogels -waaronder een stel gieren- en ik zag de nodige knaagdieren in het groen, maar wat het nou waren? We zagen ook Mount Katahdin -de hoogste top in Maine- in de verte liggen, nog dik onder de sneeuw.

Foto's vanuit de auto zijn meestal niet zo scherp, maar ik wilde toch deze indruk meegeven.
Deze vrijdag was het gelukkig mooi weer en aangezien we op tijd in Freeport aankwamen, konden we nog fijn shoppen. Want dat doe je in Freeport. Freeport is bekend om z'n outletstores en met name het merk L.L.Bean is hier meer dan sterk vertegenwoordigd. Ik weet eigenlijk niet eens of dat merk in Nederland bekend is, maar hier is het een grote.
Op zaterdag was het pokkeweer, maar we waren hierheen gekomen om te shoppen dus dat deden we dan ook maar. 's Avonds hebben we een goed restaurant gepakt, de Muddy Rudder, compleet met pianist en een steevast na elk nummer applaudiserende dorpsgek of wellicht enigszins benevelde ouwe redneck.
Op zondag was het heerlijk weer en namen we de groene route naar Bar Harbor bij het Acadia National Park. Ergens onderweg zagen we een viertal visarenden (osprey's) druk bezig boven een water. Toen ik iets dichterbij kwam, zag ik dat ze bezig waren om een bald eagle weg te jagen, maar misschien dat de bald eagle meer schrok van mij dan van die visarenden.

De onderstaande foto is eigenlijk mislukt, maar omdat het deel van de vogel dat wel op de foto staat zo mooi scherp en groot is, knal ik hem er toch maar even op:

Op een gegeven moment dook er eentje het water in en vloog ie weg met een vis.

In Acadia NP namen we een rondweg en af en toe wandelden we een stuk. We wilden naar de hoogste top van het park lopen (Cadillac Mountain), maar het was een tocht over keien en continue moesten we over een beek heen er weer kruisen.

De tocht zou 3 km duren en als je zo traag gaat, kun je beter terugkeren en dat hebben we dan ook gedaan. Het fijne is dat je toch de top kunt bereiken, met de auto! Het heet niet voor niets Cadillac Mountain
Op de foto hieronder zie je Bar Harbor liggen aan een baai die uitkomt in de Atlantische Oceaan.

Onderweg stopten we bij een meertje met een bevernest (?) en zagen we een beest in het water. Na hem een tijdje bekeken te hebben, kwamen we tot de ontdekking dat het geen bever was maar een otter! Die had ik nog niet eerder in het wild gezien. En even later vloog er een vleermuis heen en weer over het water. Die zijn zo mogelijk nog moeilijker te fotograferen, zeker met de camera die wij hebben, maar ik heb toch wat pogingen ertoe gewaagd. In ieder geval kun je zien dat het een vleermuis was:

We waren alweer bijna het park uit, toen we een paar auto's langs de kant van de weg zagen staan op een plek waar een normaal mens z'n auto niet neerzet. Dan kan je er al gauw vanuit gaan dat de mensen die ernaast staan iets zien, bijna altijd wildlife. In dit geval was het een aantal wilde kalkoenen:

Zijn best grote beesten en die krijg je met Thanksgiving of kerst echt niet met z'n tweëen op!
Het was een leuke trip met heerlijk weer (zelfs tot 17 graden) op zondag en maandag. Een goede manier om weer even op te laden voor Noortje en voor mij ook wel, maar ik heb het minder hard nodig…
Over warmere temperaturen gesproken: terwijl Nederland al weken bakt, komt hier de lente maar moeizaam op gang. Vandaag regent het, is het een graad of 11 en morgen wordt het weer 4 graden, maar dan is het donderdag weer een graad of 17. Raar weer hier, maar als het zonnetje weer doorbreekt is het zo lekker. Alle sneeuw is inmiddels uit onze tuin verdwenen en laatst was het zulk lekker weer, dat we gingen tuinieren (lees bladeren branden) en Iso hielp ook mee:

Maar zijn aandacht verslapt meteen als de thee komt, want dan komt er altijd wat eetbaars mee:

En Noortje harkt er ook flink op los:

Hardlopen doen we ook nog steeds, Noortje is weer terug na haar winterstop en zo gingen we vorige week met de groep op zaterdag de Dam Run doen. Deze loop is zo genoemd omdat dagenen die een langere afstand doen over de dam lopen. Richard is trouwens ook begonnen en loopt samen met Noortje (op de foto tussen ons in).

Op deze zaterdag deed ik een korte afstand van 10km omdat ik de dag erna een wedstrijd moest lopen in Lincoln, de Lincoln 5K roadrace. Die deed ik samen met 2 makkers van onze loopgroep, Jim en Mark en wel in de clubkleuren van mijn oude atletiekvereniging in Vlaardingen, Fortuna.

Man, was wat het een pokkeweer: regen en 4 graden, maar ik was tevreden over m'n tijd: 24:09 over de 5km. M'n 3e tijd ooit op die afstand, maar met deze weersomstandigheden èn de heuvels kan ik alleen maar een goed gevoel hebben voor de Halve Marathon van Fredericton over 2 weekjes en de Saint John airport run een week later. Dat wordt zowiezo een uniek evenement: een loop over de start- en landingsbanen van het vliegveld van Saint John. We moeten om kwart over 11 's ochtends alweer van het parcours af zijn, want om half 12 landt het eerste vliegtuig!! Hier ga ik proberen mijn PR te verbeteren en Noortje loopt haar eerste 10km race sinds een lange tijd. Leuk!
En dan de ontwikkelingen op het banenfront uit de titel van dit webloghoofdstuk. Een paar weken geleden was ik bij mijn consulent van de Multicultural Association (ja, we zijn multiculti bezig hier hoor) en terwijl ik bij haar was belde zij met de HR-manager van CARIS, een softwarebedrijf dat zich bezig houdt met software voor (zee-)kaarten. Die man wilde mij best ontmoeten en zo kwam ik daar een week later op bezoek voor een informational interview. Zo'n informational interview is om informatie te verkrijgen over een bedrijf, een baan of werken in een bepaalde functie of sector in het algemeen. Het bedrijf had helaas geen financiële functie openstaan, maar dat wist ik al. Zo'n gesprek is ook vooral handig om weer eens aan een gesprekstafel te zitten. Dat was 's ochtends. 's Middags sprak ik mijn consulent en die vertelde mij dat die HR-manager -laten we hem Jeff noemen- haar had gebeld en had gezegd dat ie onder de indruk was van mij (zo, dat is een nieuwe voor me!) en me wilde gaan uitnodigen voor een jobinterview (een echt sollicitatiegesprek) voor de functie van project administrator/-coordinator. Maar ze vertelde me erbij dat ze waarschijnlijk dat nog niet had mogen vertellen, dus ik wist van niets toen Jeff mij een paar uur later thuis belde
Een dag later, woensdag 5 april ging ik dus op sollicitatiegesprek voor een baan waar ik weinig vanaf wist, behalve van wat ik in de functiebeschrijving had gelezen. De eerste paar vragen verliepen ook niet zoals ik graag had gezien: men stelde mij vragen over een opleiding die ik 9 jaar geleden had beëindigd en ik zat met een bek vol tanden, maar zonder antwoorden. Daarna moest ik ook negatief antwoorden of ik aan riskmanagement had gedaan of negotiating skills bezat. Ik ben geen verkoper zoals mijn broederlief, maar later begreep ik dat het niet zozeer om verkopen ging als wel onderhandeling over levertermijn en wat er in het afgesproken project zit en dergelijke. Later verliep het gesprek wel goed, maar over het algemeen ging ik ervan uit dat ik uitgeschakeld was. Mijn consulent adviseerde mij om de info over die oude opleiding op te zoeken en alsnog na te sturen. Dat heb ik gedaan, ik heb uren zitten vertalen van de studiegids die ik gelukkig nog bewaard had en wellicht heeft dat geholpen, want op pa's verjaardag, maandag 11 april, kreeg ik een uitnodiging om een gesprek te hebben met de oprichter en president van het bedrijf op vrijdag de 15e, een zogenaamd "final round interview". Het gesprek had 45-60 minuten moeten duren, maar het nam meer dan anderhalf uur in beslag, mede door mijn spontane voorstel om een nederlands stuk (deels) voor hem te vertalen. CARIS had net een grote deal met Rijkswaterstaat afgesloten en dit was de nederlandstalige gunning die was doorgestuurd door de manager van de nederlandse tak van CARIS.
Toen was het wederom afwachten: wat ging er gebeuren? Op de verjaardag van mijn broer Siebe, 19 april, kreeg ik wederom een e-mail met de uitnodiging voor een final test, een "writing sample". Ze gaan blijkbaar niet over 1 nacht ijs… Op woensdag de 20e kreeg ik die test, die bestond uit een drietal opdrachten. De eerste was een financiële: ik kreeg een lijst met projecten te zien met hun bijbehorende opbrengsten, kosten en de kans van slagen om de betreffende opdrachten binnen te halen. Ik moest een keuze maken voor welke projecten we zouden moeten kiezen, in welke volgorde en waarom. De tweede opdracht was een cognitieve test, althans zo werd me dat verteld. Ik kreeg een tekst, die moest ik 10 minuten doornemen en daarna werd die tekst weggehaald en had ik een half uur de tijd om vragen over die tekst te beantwoorden. De laatste test was puur gericht op mij: ik moest schrijven over mijn ervaring met de Canadian immigration process en wat ik zou voorstellen om dat proces te verbeteren.
Twee en een half uur was ik daar bezig en wederom heb ik er een goed gevoel aan overgehouden, maar ik ben machteloos en moet afwachten: deze week hoor ik meer. Duim maar voor me als je wilt!
Om af te sluiten: Iso wacht met mij mee